Het nieuwe regeerakkoord van D66, CDA en VVD zet volgens de Raad voor de rechtspraak belangrijke stappen richting een sterkere rechtsstaat. Voorzitter Henk Naves spreekt van positieve plannen, maar waarschuwt tegelijk dat rechtsbescherming niet uit het oog mag worden verloren.
In reactie op het gepresenteerde regeerakkoord zegt Naves dat de coalitie serieus werk maakt van het versterken van de rechtsstaat. Zo willen de partijen doorgaan met het mogelijk maken van constitutionele toetsing, krijgt de Rechtspraak een eigen begroting en verdwijnt de rol van de minister bij de benoeming van leden van de Raad voor de rechtspraak.
Volgens Naves zijn dit belangrijke stappen binnen de trias politica. “Als rechters wetten kunnen toetsen aan de Grondwet, leidt dat tot meer rechtsbescherming voor mensen,” aldus de voorzitter. Ook een eigen begroting past volgens hem bij de onafhankelijke positie van de Rechtspraak, die nu nog valt onder de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Het afschaffen van de ministeriële invloed bij benoemingen verkleint bovendien het risico op politieke inmenging.
Naast deze punten ziet de Raad voor de rechtspraak meer positieve elementen in het akkoord. Zo is er aandacht voor betere hulp aan mensen met verward gedrag, een onderwerp waar de Rechtspraak al langer zorgen over uit. Ook investeringen in de sociale advocatuur, het gevangeniswezen, burgerschapsonderwijs en het verlagen van griffierechten worden positief ontvangen. Daarnaast spreekt de inzet op digitale autonomie de Rechtspraak aan.
Tegelijkertijd herhaalt Naves een eerdere waarschuwing. Bij het oplossen van grote maatschappelijke problemen, zoals woningbouw en de uitbreiding van het elektriciteitsnet, moet volgens hem de rechtsbescherming van burgers centraal blijven staan. “Het is verleidelijk om procedures in te korten om sneller resultaat te boeken, maar dat kan de rechtsstaat ondermijnen,” stelt hij.








