Een juridische strijd over de jaarlijkse huurverhoging bereikt een nieuw kookpunt. De kantonrechter in Amsterdam heeft besloten om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU). Centraal staat de vraag of het gangbare beding in huurcontracten — waarbij de huur stijgt met de inflatie plus een extra opslag — wel eerlijk is volgens Europese consumentenrichtlijnen.
De zaak is aangespannen door negentien huurders die stellen dat een extra opslag bovenop het inflatiecijfer onredelijk is. Zij eisen niet alleen een stop op deze verhogingen, maar willen ook het te veel betaalde bedrag aan huur van de afgelopen jaren terug.
Eerder leek de Hoge Raad, het hoogste rechtscollege in Nederland, de verhuurders nog gelijk te geven. De Hoge Raad oordeelde toen dat een jaarlijkse opslag van maximaal 3% bovenop de consumentenprijsindex (CPI) over het algemeen niet als oneerlijk kan worden beschouwd. De Amsterdamse huurders leggen zich daar echter niet bij neer en voeren aan dat de Europese regels voor consumentenbescherming strenger zijn dan de Nederlandse uitleg tot nu toe.
De kantonrechter gaat nu mee in het verzoek om Europees uitsluitsel. De vragen aan het Europese Hof gaan onder meer over de vraag of zo’n beding als één geheel moet worden gezien of dat de ‘opslag’ los kan worden beoordeeld. Voordat de vragen definitief naar Luxemburg worden gestuurd, krijgen de betrokken partijen nog de kans om op de formulering ervan te reageren.
Wat betekend dit voor jou?
Heb jij een huurcontract in de vrije sector waarin staat dat je huur elk jaar stijgt met “inflatie + maximaal 3%”? Dan kan deze zaak grote gevolgen hebben voor je portemonnee. Als het Europese Hof oordeelt dat dit beding oneerlijk is, kan dat betekenen dat huurverhogingen uit het verleden ongeldig zijn en dat verhuurders miljoenen euro’s aan huurders moeten terugbetalen. Voorlopig verandert er nog niets, maar de uitspraak kan de huurmarkt op zijn kop zetten.








