Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 7 april geoordeeld dat meerdere boetes voor verboden sponsoring aan British American Tobacco (BAT) en Philip Morris onterecht zijn opgelegd. Boetes voor overtreding van het reclameverbod blijven wél in stand, omdat de tabaksproducten op festivals volgens het CBb “extra aandacht” kregen.
Wanneer is het wél sponsoring?
De staatssecretaris stelde dat tabaksfabrikanten met verkoop op festivals nauwelijks winst konden maken en dat de betalingen voor het verkooprecht daarom neerkwamen op sponsoring. Het CBb zet daar een extra eis bovenop: er is pas sprake van sponsoring als óók vaststaat dat de fabrikant meer betaalde dan marktconform voor de diensten die hij kreeg (zoals standruimte, stroom en voorzieningen).
Pinkpop wél, Defqon.1 niet: dit betekent het voor BAT
Voor Pinkpop (2019) vindt het CBb de betaling van BAT niet marktconform en blijft de sponsorboete overeind. Voor Defqon.1 (2019) is dat bewijs er volgens het CBb onvoldoende: die sponsorboete gaat daarom van tafel. De reclameboete voor Defqon.1 blijft wél staan, onder meer omdat de presentatie van producten zorgde voor “blokvorming” en daarmee extra aandacht.
Philip Morris: sponsorboetes weg bij ’t Strand en Open Air
Ook bij Philip Morris verdwijnen sponsorboetes voor verkoop op ’t Strand (2018) en Open Air (2019). Het CBb vindt niet bewezen dat er niet-marktconform is betaald voor het verkooprecht. De reclameboetes blijven ook hier staan: volgens het CBb ging de productpresentatie verder dan een sobere uitstalling die nog is toegestaan.
De uitspraken betekenen dat de overheid bij dit soort zaken niet alleen moet aantonen dat winst maken onrealistisch is, maar óók dat er te veel is betaald voor het verkooprecht. Tegelijk blijft de lat voor “sobere uitstalling” streng: zodra presentatie extra aandacht trekt, kan dat alsnog een reclame-overtreding opleveren.







