AMSTERDAM – De rechtbank Amsterdam heeft in een belangrijk tussenvonnis bepaald dat zij bevoegd is om te oordelen over de collectieve schadeclaims tegen Apple. De zaak, aangespannen door de Stichting Right to Consumer Justice en de Stichting App Stores Claims, draait om vermeend machtsmisbruik door de Amerikaanse techgigant. Volgens de stichtingen dwingt Apple consumenten en ontwikkelaars in een ongunstige positie door de strikte regels en hoge commissies in de App Store.
De rechtbank richt zich in deze uitspraak specifiek op de belangen van alle in Nederland wonende of gevestigde gebruikers die aankopen hebben gedaan in de App Store. Volgens de stichtingen misbruikt Apple haar dominante marktpositie, aangezien bezitters van een iPhone of iPad volledig zijn aangewezen op Apple’s eigen platform voor hun apps. Hierdoor zou het bedrijf onredelijk hoge provisies kunnen rekenen, wat uiteindelijk door de consument wordt betaald. De uitspraak volgt op verduidelijkende vragen die eerder werden gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Hoewel de consumenten hun zaak in Amsterdam mogen voortzetten, oordeelde de rechtbank dat zij niet bevoegd is om te beslissen over de vorderingen namens app-ontwikkelaars. Voor die groep zal elders naar een juridische oplossing moeten worden gezocht. De verdere behandeling van de zaak wordt nu aangehouden in afwachting van uitspraken van de Hoge Raad over het nieuwe collectieve actierecht (WAMCA). Hiermee blijft de juridische strijd tegen de monopoliepositie van Apple een van de meest omvangrijke consumentenzaken van dit moment.
Als je in Nederland woont en apps of extra functies hebt gekocht in de App Store, maak je mogelijk in de toekomst aanspraak op een schadevergoeding. Deze uitspraak is een cruciale eerste stap; het betekent dat een Nederlandse rechter nu inhoudelijk gaat toetsen of Apple jou inderdaad te veel heeft laten betalen.







