Smartwatches meten stress en vermoeidheid lang niet zo nauwkeurig als gedacht, blijkt uit onderzoek van de Universiteit Leiden. De wearables missen vaak de juiste context.
Hoewel miljoenen mensen dagelijks vertrouwen op hun smartwatch om inzicht te krijgen in hun gezondheid en mentale toestand, blijkt uit onderzoek dat die slimme horloges vaak de plank misslaan. De Leidse onderzoekers Björn Siepe en Eiko Fried ontdekten dat de metingen van stress en vermoeidheid slechts beperkt overeenkomen met hoe gebruikers zich daadwerkelijk voelen.
Tijdens een drie maanden durend onderzoek onder bijna 800 deelnemers, werden gegevens van smartwatches vergeleken met zelfrapportages via een app. Vier keer per dag beantwoordden deelnemers vragen over hun stemming, stressniveau en dagelijkse ervaringen. Uit die vergelijking blijkt dat de overlap tussen de metingen van de wearables en de zelfgerapporteerde gevoelens verrassend klein is, vooral als het gaat om stress.
Volgens de onderzoekers komt dit doordat smartwatches stress hoofdzakelijk meten op basis van hartslagveranderingen, zonder context. Een verhoogde hartslag kan namelijk net zo goed het gevolg zijn van blijdschap of opwinding als van stress. ‘Je kunt bang zijn, maar ook blij verrast,’ zegt Fried. ‘De technologie registreert wél een piek, maar weet niet waarom die er is.’
De bevindingen zetten vraagtekens bij de betrouwbaarheid van draagbare sensoren als alternatief voor traditionele zelfrapportage in zowel persoonlijke als wetenschappelijke context. Fried: ‘Wearables leveren waardevolle informatie, maar objectieve data bestaan niet. Zonder context blijven het ruwe cijfers. Alleen door deze gegevens te combineren met zelfrapportages krijg je een compleet beeld.’
‘Vertrouw niet blind op wat je pols je vertelt,’ waarschuwt Fried. ‘Jouw gevoelens ken je zelf nog altijd het best.’








